Ina Hollander

Columnist

  • Kilometervreter

    Ik zie haar vanaf de parkeerplek waar we hebben afgesproken op de fiets aankomen en steek mijn hand op ter begroeting. Ze zwaait ten teken dat ze me heeft gezien en rijdt me even later straal voorbij. ‘Ik kom zo’, roept ze.
    Verbluft zie ik haar nog een grote ronde over het terrein fietsen voordat ze naast me stopt.

    ‘Waar slaat dat nou op?’ Ik tik tegen mijn voorhoofd. Onze relatie kan dat hebben.
    Zij verblikt of verbloost niet.
    ‘Mijn kilometerteller slaat alleen hele kilometers op en dit stuk vanaf huis is 4,9 kilometer, dus zou ik 900 meter kwijt zijn. Als ik 100 meter extra fiets, wordt er 5 kilometer opgeslagen.’
    Ze kijkt me triomfantelijk aan, duidelijk in haar nopjes over haar bijdehante idee.

    ‘Die is gek,’ reageer ik, ‘je kilometerteller deugt gewoon niet.’ Dat ontkent ze stellig.
    Het is zelfs een nieuwe beweert ze. Aan haar gezicht zie ik dat geen enkel argument haar zal overtuigen. Ik steek mijn hand uit en geef haar een knipoog: ‘Gefeliciteerd, jij hebt stronteigenwijsheid een standbeeld gegeven. Maar op de terugweg? Fiets je dan eerst je huis voorbij?’
    Ze slaat mijn hand weg en grijnst:
    ‘Inderdaad, ik moet op mijn teller passen en geef geen centimeter weg.’ Ze geeft haar stalen ros daarbij liefkozende klopjes.
    Sommige mensen sporen voor geen honderd meter.

    Gratis consult

    Ik zie in de agenda staan dat ik over twee dagen een controle afspraak bij de orthopeed heb. Dat kost me gauw een halve middag. Het scenario heb ik al voor me liggen:

    ‘Goedemiddag, mevrouw, gaat u zitten.’
    Terwijl ik dat doe kijkt de orthopeed op zijn computerscherm. ‘Pijn en beperkingen door letsel in het gebied van de hamstrings.’
    Hij stopt met voorlezen: ‘Bent u naar een fysiotherapeut geweest?’
    Ik knik braaf en zeg dat ik daar vijf keer ben geweest. ‘Die merkte op dat de kruisbanden het herstel vertraagden.’
    De arts negeert het en vraagt me hoe het nu gaat.

    ‘Prima, drie weken geleden werd een tochtje door het bos een strompelervaring, maar vorige week ging een duin- en strandwandeling uitstekend. Fietsen gaat als de gesmeerde pedalen en de trap neem ik weer met twee, drie treden tegelijk.’
    De arts leunt licht achterover.
    ‘Dan lijkt het me niet nodig om het nader te bekijken.’
    ‘Neuh, mij ook niet.’ Al had ik voor de zekerheid wel een nietszeggende degelijke slip aangetrokken.
    We staan op. Hij geeft me een hand en ik bedank hem vriendelijk. Ongetwijfeld gaat hij nu de helse administratie doen die dit consult met zich meebrengt.

    Precies zo verwacht ik dat het overmorgen zal gaan, dus bel ik af. Efficiënte zorg is mij op het lijf geschreven.

    Lef

    Opeens vallen mijn handen stil tijdens het aantrekken van de wandelsok aan mijn rechtervoet. Op de sok staat een duidelijke L.
    Fout dus. Het moet een sok met een R zijn.

    Ik kom overeind met een gegipste linkerenkel en pijnlijke, overbelaste hamstrings in het rechterbeen. Opgelopen tijdens het schaatsen.
    Dan realiseer ik me dat ik de trap op wil strompelen vanwege een letter op een sok! Hoewel niemand me ziet, schaam ik me kapot. Al mijn sokken trek ik willekeurig aan, maar nu zou ik mij door zogenaamde wandelsokken de les laten lezen? Sokken die de dienst gaan uitmaken? Dacht het niet.
    Waar is de tijd gebleven dat ik zonder na te denken met sokken aan mijn handen fietste, omdat ik geen wanten kon vinden?
    Mijn neus publiekelijk snoot in herenzakdoeken omdat de neuslapjes voor dames achterlijk klein waren?

    Het meest dwarse wat ik tegenwoordig nog doe is brood eten van een dinerbord zodat er minder hagelslag naast valt. Ik dreig aangepast en voorspelbaar te worden! Beangstigend, dat wil ik niet. Zonder dat iemand mij dwingt, beperk ik mijn vrijheid. Dat moet veranderen. Eigenwijs en gek blijven doen! Met een lange neus naar de fabrikant trek ik de sok met de L verder aan. Het voelt heerlijk.
    Trots bekijk ik het resultaat aan mijn lechtervoet. 1-0 voor mij.

    Uitgeklede waarheid

    Daar stond ik in mijn panty op het perron: rokje vergeten aan te doen! Die blikken van langslopende mensen en dan geen kant op kunnen. Vreselijk. De gêne die ik voelde valt met geen toetsenbord vast te leggen.
    Verward werd ik wakker. Nog steeds zonder rokje.

    Beleefde ik in die droom de onbewuste angst dat ik eens iets alledaags vergeet? Want ja, soms ben ik wat verstrooid doordat mijn hoofd altijd vol gedachten is.
    Nieuwsgierig en een beetje ongerust zoek ik op een site die helpt dromen te verklaren. Uitgelegd wordt dat de panty laat zien dat ik met twee benen op de grond sta en me gesteund voel door de mensen om me heen.
    Welke vrouw doet nu nog een broek aan?
    Het onbewuste laat mij volgens de site geen rokje aantrekken omdat het me blijkbaar niet kan schelen welke indruk ik op anderen maak. Had ik maar een rok moeten aantrekken. Tsss

    Trouwens, het station verwijst naar vertraging van plannen. Wat sneu. Een steunpanty voor de spoorwegen!
    Zoekend naar een verklaring bedenk ik dat twee dochters kort na elkaar verhuisden. Eigen plannen werden tijdelijk ingeruild voor verfkwasten en emmertjes sop.
    Maar om daar nou zo paniekerig over te dromen, onzin. De betekenis is natuurlijk: ik moet zonder uitstel een nieuwe rok kopen! De panty heb ik al.

    Mevrouw Holleeder

    ‘Mevrouw Holleeder, deze is voor u.’
    Zonder blikken of blozen overhandigt het winkelmeisje mij het pakje.
    ‘Je mag Hollander zeggen, hoor’ en ik wijs naar mijn goed gespelde naam op het etiket. Verschrikt slaat het meisje een hand voor haar mond: ‘Sorry, sorry! Ik had beter moeten kijken.’

    ‘Hindert niet,’ zeg ik,’ als er maar geen mensen zijn die vermoeden dat ik familie ben van…’ Omzichtig kijk ik de winkel rond die tegen sluitingstijd vrijwel leeg is. ‘Ik ben niet zijn zus!’ roep ik.
    ‘Je weet het nooit’ fluister ik vervolgens tegen het inmiddels rood aangelopen meisje achter de kassa. ‘Er kan zomaar een gek zijn die denkt met het neermaaien van mij de hoofdprijs binnen te halen.’

    ‘Het ging echt per ongeluk’ stamelt het meisje met bibberende stem, zich waarschijnlijk realiserend welke gevaarlijke situatie mogelijk is ontstaan.
    ‘Natuurlijk, maar in de onderwereld is een fout zo gemaakt. Het zijn trouwens niet eens fouten, ze hebben het altijd over vergissingen. En, kijk zelf, mijn neus helpt ook niet echt.’ Het meisje bestrijdt dat meteen:’Nee, echt niet.’
    ‘Maak je niet druk, we hebben ontstellend veel geluk gehad.’ Een aarzelend lachje breekt door. Terwijl ik naar de uitgang loop knipoog ik: ‘Mijn broer zal dit een prachtverhaal vinden!’ Het arme kind verstijft en vergeet mij een prettige dag toe te wensen.

    Jeuk

    O nee, niet hier tijdens het gezellige avondje theater. Bijna gelijktijdig draaien mijn vriendin en ik onze gezichten naar elkaar toe. De zaal is helemaal gevuld. Hieraan ontsnappen, zonder ook de voorstelling te missen, is onmogelijk.
    Vriendin knikt subtiel in de richting van de man voor ons. Ja, ja, ik had het gezien, maar hoopte dat het haar zou ontgaan.

    Zonder een enkel vermoeden van de getergde vrouwen achter zich keuvelt de man ontspannen met zijn gezelschap.
    ‘Hier kan ik dus he-le-maal niet tegen,’ fluistert vriendin getergd in mijn oor. Alsof ik dat niet weet. Vriendin probeert zich dapper te beheersen en zoekt afleiding in haar tas. Het helpt nauwelijks. Haar handen fladderen als vanzelf naar zijn nek, waarna ze die snel terugtrekt. Haar gezicht oogt nerveus en haar ademhaling versnelt hoorbaar.

    Ik begin me aan de man te ergeren. Verdomme, is het nu zo moeilijk om je netjes aan te kleden? En, vrouw naast hem, wat ben je voor waardeloos exemplaar? Maakt het je dan helemaal niks uit hoe hij erbij loopt? Ik tik op de schouder van de man, die zich vriendelijk omdraait. ‘Meneer, het labeltje van uw trui hangt eruit.’ In een beweging wordt het opgelost.

    Vriendin blaast langzaam uit en lacht me dankbaar toe. Labeltjes uit kleding knippen zou bij wet verplicht moeten worden gesteld.

    Prostitutie

    Ze kennen elkaar van de prostitutie, vertelt de vriend nadat hij de vrouw aan mij heeft voorgesteld. Collega’s zogezegd. Gedurende een lange periode ontmoetten ze elkaar regelmatig online, waarna fysieke afspraken volgden.
    ‘Om de puntjes op de i te zetten.’

    We staan op een dorpsfeest met een glas vreugde verhogend spul in onze handen. Mijn verwarring onderdrukkend kijk ik van de een naar de ander, niet eerder ben ik met sekswerkers in aanraking geweest. Zo vanzelfsprekend als ze er over praten! Ik sta er ongemakkelijk bij, maar ook met bewondering. Met hun belangrijke hulpverlening helpen ze velen.

    Ik dien slechts één man, luie donder die ik ben. Klein en burgerlijk voel ik me. De vrouw ziet er niet veel anders uit dan ik en van mijn vriend had ik het echt nooit gedacht. Keurig getrouwd ook. Ken je elkaar ooit goed? vraag ik me in stilte af. Want natuurlijk weet ik vanuit de media dat de meeste dames van het leven en hun bezoekers gewoon bij je in de straat kunnen wonen. Dus ook in mijn dorp.

    ‘Het was een leuke tijd samen’ besluit de vrouw, ‘en een boeiend onderzoek naar prostitutie in West-Friesland.’ Het schaamrood op mijn wangen probeer ik niet te voelen. ‘Wat was de conclusie?’
    ‘Officieel bestaat het hier niet.’ Ze moeten keihard lachen. Onderzoek? Ik vermoed natte vingerwerk.

    Strijkbout

    Ver van het Fred Flintstone tijdperk waren we niet verwijderd, achtentwintig jaar geleden. Computers en mobieltjes kenden we niet en favoriete muziek nam je met cassettebandjes op. Zelfrijdende auto’s en robots bestonden alleen in stripverhalen. In die primitieve jaren had ik een noviteit: mijn snoerloze strijkbout.

    Nooit meer krullende snoeren die bovendien altijd te kort waren. Heerlijk, geen irritaties meer. Relaxed streek ik mij door de jaren heen. Babykleertjes van de kinderen werden kleding voor volwassenen. Problemen, zorgen, verdriet: het lag nooit aan mijn vrij in de hand liggende strijkbout.
    Tot vorige week. Een snelle dood van het ene op het andere moment. Dankbaarheid overheerste het verdriet en respectvol gunde ik mijn huishoudlieveling een laatste, honderd procent duurzame, gescheiden rustplaats.

    Echter, omdat het leven en het strijkgoed doorgaan leende ik een gesnoerd apparaat. Wat een ellende! In alle bochten wrong ik mij en nog kon ik niet bij het uiterste van de plank. Chagrijnig spoedde ik mij naar een grote, moderne zaak en stond met open mond voor de met strijkbouten gevulde plank. Snoeren, allemaal snoeren met de lengte van schoenveters. Slechts één exemplaar zonder, van hetzelfde merk als mijn oude. Iets nieuws en net binnengekomen vertelde de verkoper trots. Hij geloofde het zelf, zag ik.
    Bij de kassa wilde ik per ongeluk in guldens betalen.

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén