Ina Hollander

Columnist

jeuk

O nee, niet hier tijdens het gezellige avondje theater. Bijna gelijktijdig draaien mijn vriendin en ik onze gezichten naar elkaar toe. De zaal is helemaal gevuld. Hieraan ontsnappen, zonder ook de voorstelling te missen, is onmogelijk.
Vriendin knikt subtiel in de richting van de man voor ons. Ja, ja, ik had het gezien, maar hoopte dat het haar zou ontgaan.

Zonder een enkel vermoeden van de getergde vrouwen achter zich keuvelt de man ontspannen met zijn gezelschap.
‘Hier kan ik dus he-le-maal niet tegen,’ fluistert vriendin getergd in mijn oor. Alsof ik dat niet weet. Vriendin probeert zich dapper te beheersen en zoekt afleiding in haar tas. Het helpt nauwelijks. Haar handen fladderen als vanzelf naar zijn nek, waarna ze die snel terugtrekt. Haar gezicht oogt nerveus en haar ademhaling versnelt hoorbaar.

Ik begin me aan de man te ergeren. Verdomme, is het nu zo moeilijk om je netjes aan te kleden? En, vrouw naast hem, wat ben je voor waardeloos exemplaar? Maakt het je dan helemaal niks uit hoe hij erbij loopt? Ik tik op de schouder van de man, die zich vriendelijk omdraait. ‘Meneer, het labeltje van uw trui hangt eruit.’ In een beweging wordt het opgelost.

Vriendin blaast langzaam uit en lacht me dankbaar toe. Labeltjes uit kleding knippen zou bij wet verplicht moeten worden gesteld.

Prostitutie

Ze kennen elkaar van de prostitutie, vertelt de vriend nadat hij de vrouw aan mij heeft voorgesteld. Collega’s zogezegd. Gedurende een lange periode ontmoetten ze elkaar regelmatig online, waarna fysieke afspraken volgden.
‘Om de puntjes op de i te zetten.’

We staan op een dorpsfeest met een glas vreugde verhogend spul in onze handen. Mijn verwarring onderdrukkend kijk ik van de een naar de ander, niet eerder ben ik met sekswerkers in aanraking geweest. Zo vanzelfsprekend als ze er over praten! Ik sta er ongemakkelijk bij, maar ook met bewondering. Met hun belangrijke hulpverlening helpen ze velen.

Ik dien slechts één man, luie donder die ik ben. Klein en burgerlijk voel ik me. De vrouw ziet er niet veel anders uit dan ik en van mijn vriend had ik het echt nooit gedacht. Keurig getrouwd ook. Ken je elkaar ooit goed? vraag ik me in stilte af. Want natuurlijk weet ik vanuit de media dat de meeste dames van het leven en hun bezoekers gewoon bij je in de straat kunnen wonen. Dus ook in mijn dorp.

‘Het was een leuke tijd samen’ besluit de vrouw, ‘en een boeiend onderzoek naar prostitutie in West-Friesland.’ Het schaamrood op mijn wangen probeer ik niet te voelen. ‘Wat was de conclusie?’
‘Officieel bestaat het hier niet.’ Ze moeten keihard lachen. Onderzoek? Ik vermoed natte vingerwerk.

Strijkbout

Ver van het Fred Flintstone tijdperk waren we niet verwijderd, achtentwintig jaar geleden. Computers en mobieltjes kenden we niet en favoriete muziek nam je met cassettebandjes op. Zelfrijdende auto’s en robots bestonden alleen in stripverhalen. In die primitieve jaren had ik een noviteit: mijn snoerloze strijkbout.

Nooit meer krullende snoeren die bovendien altijd te kort waren. Heerlijk, geen irritaties meer. Relaxed streek ik mij door de jaren heen. Babykleertjes van de kinderen werden kleding voor volwassenen. Problemen, zorgen, verdriet: het lag nooit aan mijn vrij in de hand liggende strijkbout.
Tot vorige week. Een snelle dood van het ene op het andere moment. Dankbaarheid overheerste het verdriet en respectvol gunde ik mijn huishoudlieveling een laatste, honderd procent duurzame, gescheiden rustplaats.

Echter, omdat het leven en het strijkgoed doorgaan leende ik een gesnoerd apparaat. Wat een ellende! In alle bochten wrong ik mij en nog kon ik niet bij het uiterste van de plank. Chagrijnig spoedde ik mij naar een grote, moderne zaak en stond met open mond voor de met strijkbouten gevulde plank. Snoeren, allemaal snoeren met de lengte van schoenveters. Slechts één exemplaar zonder, van hetzelfde merk als mijn oude. Iets nieuws en net binnengekomen vertelde de verkoper trots. Hij geloofde het zelf, zag ik.
Bij de kassa wilde ik per ongeluk in guldens betalen.

Vakantierelatie

Hij heeft mij nodig, hij kan niet zonder mij. Zonder gêne kijkt hij mij aan wanneer hij dit zegt. Verlangend en met de hoop in zijn ogen dat ik hem ook dit keer ter wille zal zijn. Of ik alsjeblieft weer onderdeel van zijn vakantie wil worden. Alleen dan worden het weken van plezier en zorgeloosheid.
Mijn lief die erbij staat, kijkt in onze agenda en roept toegeeflijk dat ik probleemloos gedeeld kan worden.

Zichtbaar verandert de angst voor afwijzing in enthousiasme.
Liefdevol praat hij vurig over de aandacht en zorg die ik geef. Zijn hart loopt over, zijn passie is onstuitbaar, ik ben de vakantievrouw van zijn dromen. Kom ik binnenkort langs om de wensen samen te bespreken?
Als hij opgewekt naar huis gaat, kijk ik mijn onaangedane lief veelbetekenend aan. Hij kijkt spottend terug: twee weken redt ze net zie ik hem denken. Ik grijns bloemzoet.

We woonden nog maar kort samen toen hij de gieter uit mijn handen trok. Niet langer kon hij aanzien hoe ik onze planten verzoop of liet verdrogen.
Buurman heeft niet het flauwste benul van mijn talrijke ‘dood door schuld’- veroordelingen. Niemand, echt niemand anders dan mij laat hij in de buurt komen van zijn talrijke boompjes, stekjes en plantjes wanneer hij op reis gaat.
Een vruchtbare buurman,
Ik groei op zijn vertrouwen.

Reddend zwemmen

Mijn rechterarm hangt er net niet af. De pijn negerend zwem ik door. Concentreren op de ademhaling en in godsnaam op tijd mijn mond dichtklappen. Vandaag geen zwembadchloor vermengd met plasjes urine, niet afgewassen zweet en vuil, losse haren, roos en kwijl. Wel andere smerigheid, want het Hoornse havenwater is groen en ondoorzichtig. Iets raakt mijn teen. Mijn hart stuitert bijna mijn lijf uit, schiet terug en blijft in mijn keel vast zitten. Paniek! Niemand die het ziet, ik laat me niet kennen.
Nooit zwem ik in het IJsselmeer, nooit zwem ik in de Noordzee. Ik ben bang voor vissen, krabben, kwallen en verdwaalde bultruggen. Geen mens die me ooit heeft kunnen overhalen, ik ben niet van de ratten besnuffeld. Nog niet.

Zwemmen in het Markermeer en daarmee geld ophalen om jonge, getalenteerde wetenschappers meer onderzoek naar kanker te laten doen. Kortom: Swim to Fight Cancer. Gesteund door fantastische sponsors voor mij de ultieme reden om mijn angst te overwinnen. Samen met andere tot op het bot gemotiveerde zwemmers. Voor familieleden, vrienden, collega’s en al die anderen die er niet meer zijn of hopen op gunstige kansen.

Maar het was de nagedachtenis aan een man die me door het donkere water loodste. Ik deed het ook voor jou, pap.
Met z’n allen ruim 55 duizend euro opgehaald. Om te janken, zo mooi.

Sportrisico

‘Ik merkte het aan mijn overhemden, die begonnen te spannen bij mijn schouders’. Hij probeert op nonchalante toon zijn trots te verbergen. De schouders van zijn toch al imposante lijf trekt hij nog breder.
‘Indrukwekkend’ lach ik hem toe.

Een mannelijke monumentale schouderpartij straalt rotsvast vertrouwen en kracht uit. Daar tegenaan wegkruipen lijkt garant te staan voor geborgenheid en veiligheid. Uiteraard zeg ik dat allemaal niet. Ik kijk wel uit.
Het zou mij kunnen karakteriseren als een afhankelijke, niet geëmancipeerde vrouw. Onwenselijk.

De onverwachte ontboezeming heeft me wel aan het denken gezet.
Zijn uitdijende torso heeft mijn zwemmaatje namelijk in het zwembad opgelopen. Welk risico om een vrouwelijke klerenkast te worden loop ik? Ik zwem niet zo vaak als hij, dus lijkt de kans daarop minimaal. Maar ik ben gewaarschuwd. Sportbeoefening moet echt met mate!
Zo heb ik borsten en billen zien verdwijnen bij atletes. Of zie ik juist sportsters met ballonkuiten, bouwvakarmen en betonnen dijen. Hoe geweldig de prestaties ook, dat vind ik jammer. Dus houd ik me in om het vrouwenvlees zacht op de botten te bewaren.

Laatst belde de waterrat mij op, of ik meeging extra banen trekken. Maar de schrik zat er nog in. Ik weerstond de verleiding en koos voor een middag bankhangen met een boek. Een vrouwenlijf vraagt offers.

Navelpluis

‘Als ik niks brandbaars kan vinden, gebruik ik navelpluis’.
De survivaller op tv lacht terwijl hij bezig is met het maken van een kampvuur. Nu ben ik afgeleid. Wat is in godsnaam navelpluis? Manlief zegt het ook niet te weten.

Gewoon een flauwe grap? Of heeft het te maken met navelstaarders? Zo gericht op eigen denkbeelden dat ze vergeten verder te kijken? Navelpluis zou dan het symbolische stof verbeelden dat weggeveegd moet worden om nieuwe ideeën toe te laten. Of toch nog iets anders? Nu wil ik het weten ook.
Google toont me een behaarde mannennavel waarin een wollig bolletje zit. Gefascineerd lees ik mijn man voor dat er een soort van lichaamshaar is ontdekt dat stukjes pluis opvangt en in de navel trekt. Pluis uit ondergoed, ontstaan door wrijving met lichaamsbeharing. Het treft voornamelijk oudere mannen.

Het blijft stil. Als ik opkijk staart mijn man me verbouwereerd aan.
‘Dat heb ik sinds kort ook’ stamelt hij.
Ik kijk hem meelevend aan. Deze week moest hij ook al verwerken dat hij bij sportevenementen een leeftijdscategorie is opgeschoven. Het is teveel ineens.
‘Dat kan kloppen, oudere mannen hebben ruwere beharing.’ De laatste woorden spreek ik zo zwoel mogelijk uit. Dat helpt.
‘Een sexy probleem dus?’ Zijn handen strelen de plek waar zijn navel zit.
Ik voel een vuurtje ontbranden.

De broer van Jezus

Na een afspraak in Den Bosch wandel ik het station daar binnen, naar het perron voor de trein naar Culemborg waar mijn jongste dochter woont.
Terwijl ik sta te wachten wil ik haar een berichtje sturen over mijn aankomsttijd. Ik zoek in mijn telefoon naar een netwerk en staar dan verbouwereerd naar het scherm: ‘debroervanjezus’. Met een slotje erachter.
Ben ik getuige van de terugkeer van een broer van Jezus? Nieuwsgierig bekijk ik de mensen om mij heen. Hij kan niet ver zijn.

De man van middelbare leeftijd misschien in zijn rommelig zittend donker pak? Nee, met zijn kort geknipte grijze haar oogt hij meer als een kantoorman. Ik twijfel, Jezus zou in deze tijd zijn hippielook ook hebben ingeruild voor iets eigentijdsers.
De knul met sneakers, grote koptelefoon en een nonchalant omgehangen rugzak lijkt me te jong. Grijnzend om mijn bizarre gedachten word ik me opeens bewust van een geluid achter mij en draai me om.
Het is mijn trein die zonder dat ik het gemerkt heb binnengekomen is en nu vertrekt. Zachtjes vervloek ik Jezus’ broer.

Thuis suggereert mijn man dat ‘De broer van Jezus’ vast een café in de stationsbuurt is.
Ik google, maar kan niets vinden.
De broer van Jezus: hij is onder ons en reist per trein. Ongelofelijk.

© Alle rechten voorbehouden Ina Hollander

Deze website is gemaakt door ITWFO